Onno Ruding kwam, veroorzaakte de kredietcrisis en vulde zijn zakken
‘Top-10 Pikant’ Worst Bank Scenario. Nr. 9
Onno Ruding maakt het mogelijk dat bank-verzekeraars zicht richten op winstmaximalisatie
Onno Ruding was in de jaren ‘80 minister van Financiën, onder premier Ruud Lubbers. Hij kwam uit het bankwezen, wist welke agenda hij moest uitvoeren tijdens zijn ministerschap en vertrok naar het IMF en bank-verzekeraar Citigroup in de Verenigde Staten. Daar werd hij een van de rijkste (zo niet rijkste) zakenbankiers in Nederland.
Het was namelijk Ruding die het perverse verdienmodel van banken in Nederland mogelijk maakte. Dit verdienmodel, dat wij in Worst Bank Scenario Bankmodel 2.0 noemen, maakte het mogelijk dat banken, verzekeraars en vermogensbeheerders weer mochten fuseren. Dit was na de Grote Depressie van de jaren’30 verboden, omdat juist de samensmelting tussen deze financiële instellingen als hoofdoorzaak werd gezien voor de wereldwijde economische malaise in die jaren. Deze rampspoed was vervolgens weer een belangrijke voedingsbodem voor de Tweede Wereldoorlog.
Na gedane arbeid werd Ruding een van de rijkste Nederlandse zakenbankiers
In navolging van de Verenigde Staten, waar de Glass-Steagall Act zorgde voor een strikte scheiding van banken en verzekeraars was in Nederland het zogeheten structuurbeleid opgetuigd, min of meer een kopie van de Amerikaanse wet. Ronald Reagan, in de jaren ’80 de president van de USA, liet echter de teugels vieren van de wet die tientallen decennia voor relatieve rust had gezorgd op de financiële markten. De Nederlandse minister van Financiën Ruding volgde Reagan met het afschaffen van het structuurbeleid, waardoor banken en verzekeraars weer fuseerden. De bank-verzekeraars die ontstonden, richtten zich vervolgens niet meer op hun nutsfunctie, maar op het maximaliseren van de winst, ten faveure van de aandeelhouders en de bonussen van de ‘topbankiers’. Dit deden zij met zo min mogelijk kapitaal en liquiditeit, gebruikmakend van de kasstromen van de verzekeraar(s) binnen de groep en de eigen vermogensbeheerder. Laatstgenoemde beheerde het vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen. Vanwege het loslaten van het structuurbeleid heeft Ruding een wezenlijke invloed gehad op het ontstaan van de kredietcrisis van 2008.
Veroorzaker kredietcrisis denkt mee over oplossing en komt met wassen neus
Na uitbreken van de kredietcrisis, waarvan Ruding dus een van de veroorzakers was, mocht hij meedenken aan de oplossing door in 2009 plaats te nemen in De Larosière groep – de oplossing die uit de hoge hoed kwam was echter een wassen neus en zorgde ervoor dat de kredietcrisis tot de dag van vandaag voortduurt en het verdienmodel van banken in stand blijft. Bovendien zijn de Nederlandse pensioenpotten ter beschikking gesteld aan de internationale zakenbanken en vermogensbeheerders zoals Goldman Sachs en BlackRock. Dit nieuwe Bankmodel 3.0 vormt een groot gevaar voor de welvaart, het welzijn en de vrijheden van burgers wereldwijd.
Hoe hoog is het vermogen van Onno Ruding?
We zijn overigens heel benieuwd wat Onno Ruding heeft gekregen voor het “redden” van de banken. Helaas lijkt Quote na 2008 gestopt te zijn met het in kaart brengen van zijn vermogen. Bij het uitbreken van de kredietcrisis was zijn vermogen volgens Quote € 60 miljoen.
Onno Ruding schaft wetgeving af die zorgde voor rust op de financiële markten
Uit: “De Verenigde Staten dereguleert, Europa volgt”, pag. 122/123:
De ontwikkelingen in de Verenigde Staten aan het einde van de vorige eeuw kregen navolging in de rest van de wereld. Zo creëerde de regering van Margareth Thatcher in het Verenigd Koninkrijk al in 1986 de voedingsbodem voor de big bang van 2008. Het loslaten van de Britse regels, die waren gestoeld op de Glass-Steagall Act, leidde tot een einde van de beperkende praktijken op de Londense beurs. Dit was het startschot voor een massale toename in allerlei vormen van financiële dienstverlening, waaronder de handel in digitale dozen en de rentederivaten die centraal stonden in deel 1 van dit boek. Het woord zelfregulering was hot in die jaren. Voor het eerst mochten banken overnames doen. Zij stortten zich vervolgens op effectenhuizen, verzekeringsbedrijven en beleggingsmaatschappijen als een zwerm sprinkhanen op een korenveld. Om hun graantje mee te pikken trokken de Amerikaanse banken de Atlantische Oceaan over en vestigden zich in Londen, met in hun kielzog gespecialiseerde zogenoemde Angelsaksische advocatenkantoren. De City ontwikkelde zich hierdoor tot het belangrijkste financiële centrum van de wereld.
In Nederland was het van hetzelfde laken een pak. Het was Onno Ruding, minister van Financiën in de kabinetten Lubbers I en Lubbers II van 1982 tot en met 1989, die in 1986 het initiatief nam voor het opheffen van het zogeheten structuurbeleid. Dit structuurbeleid was de Nederlandse kloon van de Glass-Steagall Act en had dus tot doel de activiteiten van banken, verzekeraars en vermogensbeheerders strikt gescheiden te houden. De Nederlandse banken waren hier fel tegen gekant geweest. Met lede ogen zagen ze geld wegstromen naar verzekeraars en pensioenfondsen. Bovendien waren ze van mening dat de in hun ogen conservatieve bankenpolitiek het eigen businessmodel in gevaar bracht. Het structuurbeleid was hen een doorn in het oog. Op 1 januari 1987 was de afschaffing van het structuurbeleid in Nederland een feit en kwamen er grote fusies tussen banken en verzekeraars tot stand: ING met Nationale-Nederlanden, Rabobank met Achmea, om er een paar te noemen.
Jan Peter Balkenende stelt CDA-partijgenoot Ruding voor
Uit: ‘”Aanbevelingen Groep De Larosière blijken wassen neus”, pag. 175/176
Opvallend is dat de acht leden van deze werkgroep niet alleen op leeftijd waren, maar ook aan de wieg hebben gestaan van Bankmodel 2.0 (de voedingsbodem van de kredietcrisis). Onder de ‘ons-kent-ons’-leden – daar hebben we hem weer – Onno Ruding, de Nederlandse minister van Financiën in de jaren ’80 die het structuurbeleid (de Nederlandse versie van de Amerikaanse Glass-Steagall Act) afschafte en nadien enige tijd werkzaam was geweest bij het IMF en de Amerikaanse Citigroup. Na het beëindigen van het structuurbeleid mochten banken weer fuseren met verzekeraars, wat tot die tijd verboden was.
(…)
Ruding was voor de Europese Groep De Larosière voorgedragen door Jan Peter Balkenende, destijds premier van Nederland en zoals we hierna nog toelichten een van de hoofdrolspelers in het Worst Bank Scenario. Balkenende liet weten dat hij verheugd was dat iemand met de statuur van Ruding wilde meedenken over hoe binnen de Europese Unie het grensoverschrijdend toezicht op financiële instellingen was te verbeteren na de kredietcrisis. Aan de zijlijn was nog een andere Nederlander betrokken. Voormalig president van De Nederlandsche Bank (DNB) Nout Wellink heeft als voorzitter van het Bazels Comité de Groep De Larosière geadviseerd. Wellink was als president van DNB destijds medeverantwoordelijk, samen met toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm, voor de totstandkoming van de Europese Monetaire Unie en de invoering van de euro.
Pleiter voor euro en één onafhankelijke Europese centrale bank
Uit: “Europese monetaire integratie en de invoering van de euro”, pag. 343/344
Lubbers’ minister van Financiën Onno Ruding pleitte in die tijd voor één gemeenschappelijke Europese munt en één onafhankelijke Europese centrale bank. Dit betekende dat er één wisselkoers zou moeten komen en dat één Europese centrale bank de rentetarieven vaststelt en de valuta regelt voor alle lidstaten. In december 1985 kwamen de lidstaten overeen het EEG-Verdrag aan te passen met betrekking tot de besluitvorming, de inrichting van de interne markt, het monetaire beleid en de Europese Politieke Samenwerking (vastgelegd in de Europese Akte). Hoewel de meeste lidstaten volledige monetaire integratie op dat moment nog niet zagen zitten, kreeg Nederland het voor elkaar de monetaire unie ‘als doelstelling’ in het verdrag te laten opnemen.
Lees ook:
‘Top-10 Pikant’ Worst Bank Scenario Nr. 2: Klaas Knot brengt bankiers aan de macht
‘Top-10 Pikant’ Worst Bank Scenario Nr. 3: Jan Hommen vormt rode draad in bankenfraude
‘Top-10 Pikant’ Worst Bank Scenario Nr. 4: Paul Rosenmöller kijkt weg en regelt baantjes
‘Top-10 Pikant’ Worst Bank Scenario Nr. 5: René Maatman: wat was zijn rol bij pensioen-CCP’s?
‘Top-10 Pikant’ Worst Bank Scenario Nr. 6: NVB: onwettig standpunt over rentederivaten
‘Top-10 Pikant’ Worst Bank Scenario Nr. 7: Toezichthouders negeren bankenfraude al jarenlang

